Er verschijnen steeds vaker banden op de markt met een in reliëf aangebrachte pijl op de flank. Waarvoor dient die pijl?
De voorbije jaren werden producten met deze markering op de markt gebracht.
Het gaat om banden specifiek voor aangedreven assen, en de pijl geeft de aanbevolen draairichting aan. Controleer bij de montage daarom of de band een dergelijke pijl heeft. Als dat het geval is, houd er dan rekening mee en volg de instructies van de fabrikant.
De ontwerpers hebben geprobeerd op die manier de prestaties te optimaliseren.
Door met een aanbevolen draairichting te werken kunnen de eigenschappen van de band op het vlak van bedrijfsstilte, tractie, slipweerstand en gelijkmatige slijtage worden verbeterd.
Als deze instructies niet worden gevolgd, "werkt" de band in niet-optimale omstandigheden. Dat kan de eerder genoemde eigenschappen van de band ongunstig beïnvloeden.
Hebben alle ventielen dezelfde technische specificaties?
We moeten eerst zeggen dat er vele types van ventielen op de markt zijn, en elk type is ontworpen voor een specifiek gebruiksdoel.Het eerste dat u moet doen, is de categoriecode controleren, die normaal op de schacht of de basis van het ventiel staat aangegeven.
Als de code met V3 begint, is het ventiel speciaal bestemd voor gebruik op bedrijfsvoertuigen.
V1-ventielen zijn bestemd voor fietsen en motorfietsen. V2-ventielen voor personenauto's.In bijzondere gevallen worden echter ventielen van andere categorieën gebruikt (doorgaans als speciale bandenspanningen vereist zijn).
Voor zware bedrijfsvoertuigen zijn er ventielen met, ruw geschetst, 2 maximumdrukken (10,5 bar en 14 bar), afhankelijk van de afmetingen van de band, de velg en de ventielopening.
Het is belangrijk regelmatig te controleren of de ventielen correct functioneren.
De gemakkelijkste manier om dat te doen bestaat erin het uiteinde en de basis van het ventiel met zeep en water te bevochtigen.
Als luchtbellen worden gevormd, kan het nodig zijn het ventielmechanisme vast te zetten (met een speciaal gereedschap) of te controleren of het ventiel met het correcte koppel is vastgedraaid op de ring.
Als de luchtlekkage aanhoudt, is het raadzaam het ventiel te laten controleren door een specialist.
Om de bandenspanning correct te kunnen controleren bevelen wij het gebruik aan van speciale verlengstukken (voor de binnenbanden van dubbele wielen).
Voorts raden wij aan ventieldoppen aan te brengen om het ventielmechanisme tegen vuil en stof te beschermen.
Wat betekenen de letters FRT op bepaalde banden voor aanhangwagens?
De letters FRT (Free Rolling Tyre) zijn aangebracht op de meeste producten die speciaal voor aanhangwagens/opleggers bestemd zijn.
Wettelijk geeft de FRT-aanduiding aan dat de band niet mag worden gemonteerd op een aangedreven as en de gestuurde vooras van voertuigen, maar wel op alle assen van aanhangwagens/opleggers en op alle bijkomende assen van een voertuig.
Dit zijn zeer robuuste producten (normaal hebben ze een hogere belastingsindex dan gewone producten) die bestand zijn tegen de aanzienlijke belastingen eigen aan het gebruik van aanhangwagens, zoals afschuiving, zijwaartse druk en een zware lading.
Daarom werden eigenschappen die te maken hebben met rijprestaties, opgeofferd en geldt een lagere snelheidscode voor gebruik op aanhangwagens.
De montage van FRT-producten op aangedreven assen of gestuurde voorassen van een voertuig is daarom technisch af te raden en wettelijk verboden.
Kan de productiedatum van een band worden opgespoord?
Er is een code die de "geboortedatum" van het product aangeeft. Wettelijk moet die op het onderste deel van de flank aangebracht zijn, d.w.z. het deel dat zich het dichtst bij de velg bevindt. Aan het eind van een reeks codes moet zich een code van vier cijfers bevinden (voor banden die na 2000 geproduceerd zijn). De eerste twee cijfers geven de productieweek aan, de laatste twee het jaar. Een band met de code 2009 werd dus gemaakt tijdens de 20e week van het jaar 2009.
Het loopvlakprofiel van banden voor aanhangwagens en opleggers lijkt altijd in lengterichting rond de band te lopen. Is er daarvoor een technische reden?
Banden van aanhangwagens/opleggers moeten andere prestatiekenmerken hebben dan producten die op aangedreven assen gemonteerd worden. Banden worden vaak ontworpen op basis van hun afmetingen en toepassing. Het loopvlakprofiel heeft specifieke kenmerken en is ontworpen om de prestaties op het vlak van kilometerrendement, gelijkmatige slijtage, rolweerstand en remwerking te verbeteren. Waar voor aanhangwagens/opleggers het meest rekening mee moet worden gehouden, zijn de dwarskrachten die een aanzienlijke contactwrijving met de grond veroorzaken. De fabrikanten zijn daarom van oordeel dat een loopvlakprofiel dat over de hele omtrek van een band loopt, de meest aangewezen oplossing is om de beoogde prestatiedoelstellingen te bereiken. We moeten er rekening mee houden dat trekker+oplegger- of trekker+aanhangwagencombinaties ontworpen zijn voor gedistribueerd remmen, waarbij de getrokken eenheid iets eerder remt. Als een profiel in dwarsrichting werd gebruikt, dan zou de band bij het remmen op een ruw oppervlak (bijv. een mangat in de weg) teruggerukt worden, met scheuren van het loopvlak als mogelijk gevolg.
Steeds vaker zie je het woord “REGROOVABLE” op de flank van banden voor bedrijfsvoertuigen. Wat betekent dat?
“REGROOVABLE” betekent dat de band speciaal ontworpen is om opgesneden te worden. Het opsnijden dient altijd te gebeuren door een specialist die het loopvlak van een gebruikte band herstelt door de profielgroeven met behulp van speciaal gereedschap opnieuw dieper te maken. De bandenfabrikanten geven instructies over de aanbevolen groefbreedte en de maximumdiepte tot waar het rubber mag worden verwijderd uit de bodem van de loopvlakgroeven. Alle banden die in aanmerking komen voor deze procedure, moeten worden gecontroleerd. Opsnijden wordt niet aanbevolen als het loopvlak tekenen van scheuren, insnijdingen of barsten vertoont. Als het loopvlak op een veilige manier wordt opgesneden, kan de gebruiker het kilometerrendement van de band verhogen. En vooral bij gebruik op de weg heeft het opsnijden geen gevolgen voor het mogelijke coveren van de band.
Waarvoor dienen lamellen in een loopvlakprofiel?
De in het loopvlak gesneden lamellen zijn zeer belangrijk om correcte bandprestaties te verkrijgen. Daarom gaat een groot deel van de tijd die Pirelli aan loopvlakprofielen besteedt, naar het onderzoek van deze lamellen. Lamellen vervullen op zijn minst 3 functies: 1) lamellen om een gelijkmatige bandslijtage te bevorderen, optimaliseren de contactzone van de band en zorgen voor een betere verdeling van de druk die op deze zone wordt uitgeoefend. Zij worden normaal aangebracht op plaatsen waar dat nodig is om de stijfheid van de blokken of ribben te verminderen. Omdat ze de lokale beweeglijkheid van het loopvlak bevorderen, helpen zij bovendien beter de uitgeoefende krachten te verminderen; 2) lamellen om op natte wegen de tractie te verbeteren, vormen bijkomende "randen" om de zijdelingse grip en/of de tractie/remeigenschappen van de band te verbeteren. Uiteraard moet het correcte evenwicht worden gevonden in het aantal lamellen. Dat is afhankelijk van het gebruiksdoel van de band en de fysieke en mechanische eigenschappen van het gebruikte loopvlakmengsel. In loopvlakprofielen voor on/off-toepassingen bijvoorbeeld moeten geen of zo weinig mogelijk lamellen worden gebruikt om te voorkomen dat de insnijdingsweerstand van de band vermindert. Lamellen zijn ook belangrijk in de regen omdat zij de waterlaag die op het asfalt wordt gevormd, "breken". Lamellen houden ook sneeuw vast door sneeuw-op-sneeuw-contact, wat het gevaar voor slippartijen kleiner maakt; 3) lamellen voor akoestische/esthetische doeleinden vormen een element dat de band in de ogen van de toekomstige gebruiker van andere producten onderscheidt door zijn prestaties en andere specifieke kenmerken. Maar het esthetische aspect is niet hun enige functie. Deze lamellen hebben recent aan belang gewonnen met de introductie van de regelgevingen inzake geluidsreductie. Lamellen worden namelijk ook gebruikt om de frequentie van door nieuwe banden voortgebrachte geluiden te wijzigen zodat minder geluiden worden geproduceerd die storend zijn voor het menselijk oor.
Zijn er ook "winterbanden" voor zware bedrijfsvoertuigen?
De huidige wetgeving maakt het mogelijk een onderscheid te maken tussen "standaardbanden" en "winterbanden" door middel van het M+S-opschrift (of ook MS, M&S, M/S of M-S), dat staat voor "mud and snow" (modder en sneeuw).De Europese reglementering heeft banden met het M+S-opschrift zelfs gelijkgesteld met kettingen. De beste bandenfabrikanten voor middelzware tot zware toepassingen beschikken inderdaad over specifieke producten voor voertuigen die dikwijls bij temperaturen onder -5°C en bij zware sneeuw rijden. Elke fabrikant heeft zijn eigen methode om de specifieke kenmerken van die producten aan te geven, maar vaak is een sneeuwvlok op de flank van de band aangebracht. Het loopvlakprofiel van een dergelijke speciale band is gemakkelijk herkenbaar omdat het is voorzien van een systeem van dicht bij elkaar geplaatste lamellen. De breedte van de band is dan weer afhankelijk van het gebruiksdoel (bijv. voor verse sneeuw, samengedrukte sneeuw, gemengde omstandigheden enz.).
Kunnen banden met binnenband (bijv. met velgdiameter 20”) tubeless gemonteerd worden?
Het is sterk af te raden een band, ontworpen voor gebruik met een binnenband, te monteren zonder een binnenband. Een dergelijke band heeft namelijk geen geschikt voeringmengsel of voldoende dikke voering om te voorkomen dat er lucht door deze laag en dus door het karkas van de band dringt, wat ernstige problemen kan veroorzaken. Er zijn echter banden met een velgdiameter van 20” of 24” die zonder binnenband kunnen worden gebruikt. Dergelijke producten zijn bestemd voor nichemarkten (bijv. legervoertuigen), en zijn speciaal ontworpen voor gebruik met run-flat-/bead lock-systemen die niet met een binnenband kunnen worden aangewend. Als u die systemen niet nodig hebt, is het normaal mogelijk de band met een binnenband te monteren (volgens de instructies van de fabrikant) in combinatie met een specifieke modulaire velg voorzien van een vast ventiel en een afdichting (rond of driehoekig).
Waarom is de correcte bandenspanning belangrijk en hoe vaak moet ze gecontroleerd worden?
De bandenspanning blijft niet constant in de loop van de tijd, maar is geneigd af te nemen als gevolg van een aantal factoren. De correcte bandenspanning is essentieel voor de veiligheid, de prestaties en de levensduur van de band. Een te lage bandenspanning leidt tot oververhitting en dus tot beschadiging van de band, een verminderde rijveiligheid en ongelijkmatige slijtage. Die factoren verkorten de levensduur van de band. Een te hoge spanning vermindert dan weer de prestaties als gevolg van de kleinere contactzone met de weg, is nadelig voor het rijcomfort en verkort de levensduur van de band. De spanning van de banden, inclusief die van het reservewiel, moet minimaal één keer per maand bij koude banden gecontroleerd en indien nodig gecorrigeerd worden.
Wanneer moeten banden worden vervangen?
De rijveiligheid, vooral dan bij slecht weer, is afhankelijk van een groot aantal factoren, waarvan de diepte van het loopvlakprofiel één van de belangrijkste is. De prestaties op nat wegdek nemen evenredig met de profieldiepte af. De profieldiepte mag nooit kleiner zijn dan de toepasselijke wettelijke limiet (bijv. 1,6 mm in Europa). Daarom zijn banden voorzien van een slijtagemerkteken (of TWI) dat aangeeft wanneer die limiet is bereikt. Om veiligheidsredenen bevelen wij echter aan banden te vervangen wanneer hun profieldiepte bijna tot 3 mm is afgenomen.
Waarom slijten banden soms ongelijkmatig?
Ongelijkmatige bandenslijtage kan het gevolg zijn van één of meer mechanische of geometrische parameters van het voertuig die niet binnen de toleranties liggen (wieluitlijning, wielvlucht, versleten schokdempers, luchtlekkage, enz.) en/of van een verkeerde bandenspanning. Wanneer het verschijnsel zich eenmaal voordoet, is het moeilijk te corrigeren. De mate waarin de ongelijkmatige slijtage zich verderzet, kan echter afgeremd worden door het voertuig opnieuw in zijn optimale toestand te brengen. Er is ook een vorm van loopvlakslijtage die typisch is voor de aangedreven as (hoog vermogen/koppel of gebruik van een retardersysteem) en die zich voordoet bij een grote profieldiepte. In dat geval neemt het verschijnsel af naarmate het loopvlak slijt.
Welke componenten zijn essentieel bij de productie van een vrachtwagenband?
Natuurrubber is de basis van de gebruikte rubbermengsels. Er bestaan diverse types, maar alleen bepaalde types hebben de juiste fysieke en mechanische eigenschappen voor gebruik in banden. Het natuurrubber wordt dan "versterkt", hoofdzakelijk met carbon black. Afhankelijk van het aantal deeltjes en hun grootte (d.w.z. de korrelgrootte) kunnen verschillende eigenschappen worden bereikt. Bepaalde types van carbon black worden bijvoorbeeld gebruikt om het kilometerrendement van de banden te verhogen, terwijl andere hun belastbaarheid sterk verhogen. Daarom kunnen zo'n 15 verschillende rubbermengsels worden verwerkt in een band, afhankelijk van hun functie en de plaats waar ze gebruikt worden in de band. Het structurele gedeelte van een vrachtwagenband is vandaag gebaseerd op staalkoorden (met verschillende diameter) die het "frame" vormen waarop de rubbermengsels worden aangebracht. Staal kan meer dan 20% van het totaalgewicht van een vrachtwagenband uitmaken.
Op de flanken van bepaalde banden voor industriële voertuigen is een nummer aangegeven, gevolgd door "PR". Wat betekent dat?
Dit opschrift is nu verouderd in Europa, en verwijst naar de oude normen voor "conventionele" bandkarkassen, die gebaseerd waren op verschillende, elkaar overlappende textiellagen. "PR" staat voor "ply rating" (aantal lagen), en is een indicator voor de belastingscapaciteit of de sterkte van de band, maar staat volledig los van het huidige systeem van belastingsindexen. In Latijns-Amerika en in Afrika, waar deze conventionele banden nog worden gebruikt, is dit opschrift verplicht, zelfs voor radiale staalgordelbanden (gewoonlijk komt het vlak na de belastingsindex). Daarom nemen bandenfabrikanten het doorgaans nog altijd op in hun bandopschriften. Zelfs wanneer de ply rating niet wordt aangegeven, kunt u hem nog altijd vinden door de DOT-code te controleren voor de Noord-Amerikaanse markt (als die er is). De code bevat een aanduiding voor de load range (LR, belastingsbereik), op een schaal van A tot N. Door middel van een omzettingstabel kan de load range worden omgerekend naar de ply rating. LR G stemt bijvoorbeeld overeen met 14 PR.
Moeten alle voor verkoop in Europa gehomologeerde banden de E3-code op de flank vermelden?
Het getal achter de E geeft het land aan waarin de homologatie van de band gebeurd is. E3 betekent bijv. gewoon dat de band gehomologeerd werd in Italië, maar een band kan net zo goed een andere landcode hebben. E4 is de code voor Nederland, E1 die voor Duitsland, enz.
Wordt de hoogte-breedteverhouding altijd aangegeven in de bandcode?
Voor de nieuwste generatie bandenmaten, waarbij de nominale bandbreedte uitgedrukt wordt in millimeter, komt de hoogte-breedteverhouding normaal na de "/" (bijv. 315/80 R 22.5).
Het getal is een percentage en geeft de verhouding weer tussen de totale breedte van de opgepompte band en de hoogte van de flanken (de afstand van de basis van de hiel tot het hoogste punt van het loopvlak).
Voor bepaalde gestandaardiseerde maten, waarbij de bandbreedte nog in inch wordt uitgedrukt, staat de hoogte-breedteverhouding niet altijd duidelijk aangegeven.
In de maat 12 . 00 R 20 stemt het getal 12 overeen met de nominale bandbreedte, terwijl 00 de hoogte-breedteverhouding is. Die zou in dit geval 100 bedragen (voor radiaalbanden zou het nauwkeuriger zijn te stellen dat de verhouding dichter bij 98% ligt).
Een ander voorbeeld van een maataanduiding in inch is 13 R 22.5, waarbij de hoogte-breedteverhouding helemaal niet wordt vermeld.
In dergelijke gevallen wordt normaal aangenomen dat de hoogte-breedteverhouding 90% bedraagt, hoewel 85% uit technisch oogpunt een correctere waarde zou zijn.
Wat is een 6x4-voertuig?
In 6x4 verwijst het eerste cijfer naar het totale aantal wielnaven op een voertuig (d.w.z. de asuiteinden waarop de wielen worden gemonteerd), terwijl het tweede aangeeft hoeveel van die naven vermogen overbrengen.
Op die manier zijn AWD-voertuigen gemakkelijk herkenbaar als 4x4, 6x6, 8x8, 10x10 enz. In het geval van een 6x4 hebben we een voertuig met drie assen (en 6 naven), waarvan er slechts 2 (4 naven) worden aangedreven.
Met deze classificatie weet men niet of het gebruik van dubbele banden aangewezen is en hoeveel gestuurde assen het voertuig heeft.
Wat betekent de "rolweerstand" van een band?
In de natuur zijn er krachten die de beweging van een voertuig tegenwerken.
Eén hiervan is de neiging van een band om zich tegen het rollen te verzetten door te vervormen en energie te absorberen, die vervolgens wordt afgevoerd in de vorm van warmte.
De vervorming van de band wordt veroorzaakt door een aantal factoren, zoals: bandenspanning, belasting, type van structuur, afmetingen (diameter en loopvlakbreedte) en hoeveelheid en kenmerken van de gebruikte materialen (meer in het bijzonder de rubbermengsels).
Bij het ontwerp van een band worden al deze parameters geoptimaliseerd op basis van de vereiste prestaties, maar de eindgebruiker is verantwoordelijk voor de correcte spanning en belasting van de band.
"Rolweerstand" is een vaak gehoorde term wanneer over het brandstofverbruik wordt gesproken.
Voor een zwaar bedrijfsvoertuig dat tegen de hoogste wettelijk toegestane snelheid in een rechte lijn rijdt, kunnen de banden inderdaad tot een derde van het brandstofverbruik voor hun rekening nemen.