• Nederland
  • land wijzigen
go to the Official F1™ Website

THE 2011 FORMULA ONE™ CHAMPIONSHIP WITH PIRELLI

Het Formula 1™ seizoen 2011 was zondermeer gedenkwaardig voor Pirelli

De legendarische P Zero™ Formula 1™ band is terug in F1™ na 20 jaar. Pirelli is officieel terug in F1™ als enige bandenleverancier van het Wereldkampioenschap en dit voor een periode van 3 jaar te beginnen in 2011.

Wij zijn dit driejaarlijks engagement aangegaan met twee objectieven in gedachte: om de races van het grootste evenement ter wereld nog spannender te maken en om de carrières van opkomend talent een extra duwtje te geven door eveneens GP2 en GP3 van banden te voorzien.

Formula 1™ geeft ons een platform waar we onze state-of-the-art technologie en know-how kunnen demonstreren, wat steeds het kloppend hart van ons bedrijf is geweest. Onze motorsport fabriek nabij Istanbul excelleert in cutting-edge technieken, maar zoals steeds zijn het de Pirelli mensen die ons bedrijf speciaal maken. Al meer dan 100 jaar zijn wij betrokken bij de motorsport, en zijn we vermaard voor het produceren van onze berucht Ultra High Performance Tyres

THE 2011 FORMULA ONE™ CHAMPIONSHIP WITH PIRELLI

EERST WAS ER GEORGES BOILLOT

Georges Boillot, de Franse piloot die op 12 juli 1913 de Franse Grand Prix Automobile won op het Circuit de Picardie in Amiens, met een Peugeot 5,6-liter. De tweede plaats was voor Jules Goux, eveneens in een Peugeot. Allebei raceten zij met banden van Pirelli.

Pirelli had al verschillende jaren racebanden geleverd aan autoconstructeurs, maar de overwinning van Boillot was voor Pirelli de eerste zege in een internationale Grote Prijs, in wat eigenlijk de voorloper van de Formula 1™ was.

Directeur Piero Pirelli verklaarde ervan overtuigd te zijn "dat alle werknemers van de onderneming, en vooral de managers en arbeiders van Departement 4, trots zullen zijn op het nieuws van onze eerste belangrijke overwinning in het buitenland, die nog meer en grotere triomfen in het vooruitzicht stelt."

EERST WAS ER GEORGES BOILLOT

DE EERSTE WAPENFEITEN VAN PIRELLI

En die triomfen kwamen er ook, te beginnen in 1921 met een overwinning in de Grote Prijs van Italië in Brescia, met Jules Goux achter het stuur van een Ballot 3L. In 1922 volgde de Grote Prijs van Frankrijk in Straatsburg, met een Fiat 804 die bestuurd werd door Felice Nazzaro.

In september 1922 werd het circuit van Monza officieel geopend met de Grote Prijs van de Italiaanse automobielvereniging. Pietro Bordino versloeg Felice Nazzaro. Ze reden allebei in een Fiat 804 6-cilinder, uiteraard voorzien van Pirelli-banden.

Dat waren de gouden jaren van de samenwerking tussen Fiat en Pirelli, maar we werkten ook met andere constructeurs zoals het historische Itala en de Amerikaanse onderneming Miller. Zij namen deel aan races die klassiekers zouden worden, zoals de "Targa Florio" en de "Mille Miglia".

DE EERSTE WAPENFEITEN VAN PIRELLI

HET QUADRIFOGLIO-TIJDPERK

Op 17 augustus 1924 wijdde de "Domenica del Corriere" zijn voorpagina aan "een triomf voor de Italiaanse auto-industrie": Giuseppe Campari, een piloot uit Milaan, had gezegevierd op het circuit van Lyon in Frankrijk.

Op de tekening van Beltrame zit Campari achter het stuur van de Alfa Romeo met het nummer 10, met banden van Pirelli die al beschikten over "koordtechnologie". Het karkas bevatte niet-geweven koordlagen die het rubber en de betrouwbaarheid verbeterden.

De combinatie van het "Quadrifoglio"-label en het klassieke P2 en P Lunga betekende het begin van een reeks overwinningen die meer dan dertig jaar zou duren.

Giuseppe Campari, Antonio Ascari en Gastone Brilli Peri waren de piloten die doorheen de jaren 20 de samenwerking Alfa Romeo-Pirelli naam en faam bezorgden op circuits in Frankrijk, Italië en België.
In 1925 won Brilli Peri de Grote Prijs van Italië in Monza en sleepte hij het eerste GP-wereldkampioenschap in de wacht.

THE QUADRIFOGLIO ERA

EEN WINNEND TEAM

Het Pirelli-Alfa Racing Team, gemanaged door het Ferrari Team, bleef in de jaren dertig de overwinningen binnenrijven, niet alleen op het circuit, maar ook in de wegklassiekers.

De Mille Miglia zag het levenslicht en in 1930 slaagde de Alfa 6C 1750 met Campari achter het stuur erin de historische dominantie van Bugatti te doorbreken. Mede dankzij Varzi, Nuvolari, Brivio en Taruffi verwierf de Pirelli Stella Bianca zijn bijnaam "de band van de overwinning".

Dankzij de ervaring in de autoracerij begon de loopvlakstructuur van de Stella Bianca aan een periode van opmerkelijke evoluties. In 1932 was de "supersport"-versie al beschikbaar voor raceauto's. Later volgde het "Pescare"-loopvlak, dat ontworpen was voor gebruik op het circuit.

In 1933 reed Giuseppe Campari met nog een ander model dat een lange geschiedenis zou kennen bij Pirelli. Hij won er de Grote Prijs van Frankrijk mee in een Maserati 8C.

Aan het eind van de jaren dertig was de Alfa 8C nog altijd de onbetwiste heerser. De Quadrifoglio-auto's, uitgerust met banden van Pirelli, wonnen de Mille Miglia in 1937 en in 1938.

De Drietand zegevierde opnieuw in 1939, dit keer in de Grote Prijs van Zuid-Afrika met Villoresi. Villoresi was opnieuw succesvol in Frankrijk in 1946 en nog eens in 1948, met Giuseppe Farina aan zijn zijde.

EEN WINNEND TEAM

NUVOLARI, DE KLUIZENAAR VAN DE SNELHEID

Op de voorpagina van het eerste nummer van het Pirelli Magazine, dat verscheen in november 1948, prijkte een foto van Tazio Nuvolari. In de jaren dertig schreven Alfa Romeo en Pirelli, met de hulp van de man uit Mantova, een schitterend hoofdstuk in de geschiedenis van de Formula 1™ (toen zelfs nog niet bekend onder die naam). "Ieder tijdperk heeft zijn kluizenaars en zijn godsdiensten.

Volgens mij is Nuvolari de kluizenaar van de snelheid … ," schreef Orio Vergani in zijn artikel "Het leven van Nuvolari" voor het magazine.

In hetzelfde nummer van november 1948, in het artikel "Het circuit van Monza en de problemen van de snelheid" over de heropening van het circuit van Monza na de oorlog, beschreef het Pirelli Magazine de eerste stappen in de onvergetelijke jaren van de wederopbouw van de auto-industrie.

De Formula 1™ werd officieel opgericht, en de te kloppen auto was nog altijd de Alfa Romeo 158 met Pirelli-banden, bestuurd door Jean-Pierre Wimille.

NUVOLARI, DE KLUIZENAAR VAN DE SNELHEID

PIRELLI EN DE 'DRIETAND'

Alfa Romeo trok zich in 1952 uit de competitie terug, wat de weg vrijmaakte voor de rijzende ster, Maserati. Op Pirelli-banden en met de Argentijn Juan Manuel Fangio achter het stuur behaalden de auto's van het merk met de drietand hun grootste successen. Hij reed met de Maserati 250F naar de overwinning, en behaalde in 1954 en 1957 de wereldtitel.

Laatstgenoemde zege werd in de wacht gesleept met "magazijnrestjes" van Pirelli, nadat de Milanese fabrikant zich uit de competitie had teruggetrokken.

Ondertussen begon een nieuwe ster te schitteren: Ferrari. Oprichter Enzo had voor het befaamde Alfa-Pirelli-team gereden, en met banden van de onderneming uit Milaan zette de Ferrari 125 van Alberto Ascari in 1949 zijn eerste stappen op het circuit. Het debuut werd meteen een triomf.

Ascari-Ferrari-Pirelli werd het nieuwe onafscheidelijke trio dat in 1952 en in 1953 alles won wat er te winnen viel. Op de binnenzijde van de achterflap van het oktobernummer 1953 van het Pirelli Magazine houdt de Wereldkampioen de nieuwe "band van de overwinning", de Pirelli Stelvio, boven de doopvont.

In december 1956 volgde een aankondiging die een tijdperk afsloot: "… na een lange en intense activiteit in de auto- en motorsport heeft Pirelli beslist de productie van racebanden stop te zetten."

Alle technologische inspanningen werden nu gericht op de revolutionaire nieuwe band: de Cinturato.

PIRELLI EN DE 'DRIETAND'

DE COMEBACK MET TOLEMAN

In 1981 keerde Pirelli naar de Formula 1™ terug met de Toleman-Hart TG 181, gesponsord door Candy, met Brian Henton en Derek Warwick achter het stuur.

Bij Pirelli was Piero Sierra toen productdirecteur. "Na talrijke successen in uithoudings- en rallycompetities kan de Formula 1™ worden gezien als een natuurlijke evolutie van onze nieuwe sportieve plannen […]"

De Pirelli's P7 van de Toleman F1 zijn radiaalbanden met een asymmetrisch loopvlakprofiel. De binnenste schouder is meer afgerond is dan de buitenste.
Deze oplossing bevordert de hanteerbaarheid van de auto en de bandengrip op asfalt, omdat ze de negatieve wielvlucht, nodig voor radiaalracebanden, compenseert.

In juli van hetzelfde jaar werden naast Toleman nog andere teams toegevoegd: Arrows-Beta met Riccardo Patrese en Siegfried Stohr (later Jacques Villeneuve) en, voor de Grote Prijs van Monza, Fittipaldi met Rosberg en Serra.

De samenwerking met Toleman-Candy werd voortgezet tijdens het seizoen 1982, met twee auto's die aan Derek Warwick en Teo Fabi werden toevertrouwd.
Ook die met Arrows-Beta kreeg een verlengstuk, met Henton en Baldi als piloten. Er kwamen nog teams bij: Osella (Jarier en Paletti), Fittipaldi (Serra), en March (Mass en Boesel).

DE COMEBACK MET TOLEMAN

LOTUS MAAKT ZIJN OPWACHTING

In november 1982 werd bekendgemaakt dat, voor het seizoen 1983, Pirelli zowel de Lotus JPS van De Angelis en Mansell, als de Toleman-Candy van Warwick en Giacomelli, zou uitrusten.

Tijdens het seizoen 1984 bleef Pirelli het Toleman-team bevoorraden.
De Engelse auto werd nu bestuurd door een "uitstekend testpiloot die ons ondanks zijn zeer jeugdige leeftijd een schat aan nuttige informatie bezorgt over het gedrag van de auto en de banden," meldden de ingenieurs van Pirelli.
Die piepjonge testpiloot heette Ayrton Senna.

LOTUS MAAKT ZIJN OPWACHTING

HET JAAR VAN BRABHAM

In oktober 1984 kondigde Bernie Ecclestone het volgende aan: "... wij hebben een contract van drie jaar gesloten met Pirelli, waarin de bandenfabrikant zich ertoe verbindt om met Brabham-BMW samen te werken aan de ontwikkeling en levering van Formula 1™-banden (vanaf het seizoen 1985). Wij hebben de vorderingen van Pirelli tijdens de seizoenen 1983 en 1984 met belangstelling gevolgd, en we zijn ervan overtuigd dat de onderneming, gekoppeld aan een competitief team, dezelfde resultaten zal boeken als in alle andere racecategorieën waaraan ze heeft deelgenomen.“

Tijdens het seizoen 1985 won Piquet de Grote Prijs van Frankrijk in Le Castellet.

De samenwerking met Toleman (ondertussen omgedoopt tot Benetton) en Fabi werd voortgezet, en Ligier, met De Cesaris en Laffite, en Osella met Ghinzani deden voortaan ook een beroep op de onderneming.
Tijdens het seizoen 1986 werd de samenwerking met Brabham (De Angelis en Patrese achter het stuur), Benetton (Fabi en Berger), Ligier (Laffite en Arnoux), Osella (Capelli) en Minardi (De Cesaris en Ghinzani) voortgezet. Berger won de Grote Prijs van Mexico.

Aan het einde van het seizoen 1986 maakte Pirelli echter bekend dat het zich uit de Formula 1™ terugtrekt.

THET JAAR VAN BRABHAM

TERUG OP HET CIRCUIT

Voor het seizoen 1989 maakte Pirelli zijn comeback op de Formula 1™-circuits. De teams waren Brabham (Modena), Minardi (Martini), Dallara (De Cesaris) en Zakspeed.

Na een jaar van experimenten begon in 1990 de samenwerking met Tyrrell en Alesi.

Benetton en Pirelli waren terug samen. Nelson Piquet, die na zes jaar opnieuw met Pirelli's reed, werd om commentaar gevraagd. "Het contract bleef het hele seizoen rijpen.De voordelen die de banden van Pirelli gaven aan auto's die anders niet slagvaardig zouden zijn, vooral dan op bepaalde circuits, zetten de piloten en de technisch directeurs van het Benetton-team echt aan het denken."

BACK ON THE TRACK

HET BENETTON-TIJDPERK

In 1991 bevoorraadde Pirelli naast Benetton, dat een zekere Michael Schumacher als tweede piloot onder contract had, ook Brabham, Scuderia Italia en Tyrrell.

En op 2 juni won Piquet nog een andere Grote Prijs, deze keer in Canada. Stefano Modena finishte als tweede in de Tyrrell-Honda.

Dario Calzavara was directeur van de afdeling raceactiviteiten: "Dit nieuwe succes bewijst dat de deelname aan autosportcompetities, als belangrijk aspect in de ontwikkeling van onze banden, de juiste beslissing was. De systematische uitwisseling van knowhow tussen de diverse sectoren stelt ons in staat om in extreme omstandigheden op het circuit te experimenteren met innovatieve oplossingen, die later dan kunnen worden toegepast op onze massaproducten."

HET BENETTON-TIJDPERK


The F1 FORMULA 1 logo, F1, FORMULA 1, FIA FORMULA ONE WORLD CHAMPIONSHIP, GRAND PRIX and related marks are trade marks of Formula One Licensing BV, a Formula One group company.
All rights reserved.