BANDENKENNIS VAN PIRELLI
Dankzij meer dan honderd jaar ervaring op het vlak van bandentechnologie verenigt Pirelli veiligheid, duurzaamheid, comfort en aandacht voor het milieu in zijn producten.
Elke Pirelli-band biedt niet alleen prestaties, maar ook "weggevoel" en communicatie met de bestuurder die u helpt de prestaties van de auto beter te begrijpen.
Wij bevelen dit deel aan als u wilt kennismaken met de wereld van de autobanden.




Naast de aanduiding van de bandenmaat kan een band ook voorzien worden van aanduidingen i.v.m. de belastingscapaciteit die bestaan uit een laadindex (of twee in het geval van enkele/dubbele banden) en een snelheidssymbool.
Het snelheidssymbool geeft de maximumsnelheid aan waarbij de band overeenkomstig de belastingsindex een belasting kan dragen (behalve voor belastingen bij snelheden boven 210 km/u) onder de gebruiksomstandigheden zoals aangegeven door de bandenfabrikant.

De laadindex is een numerieke code die is gerelateerd aan de maximale belasting van een band (behalve voor belastingen bij snelheden boven 210 km/u) bij een snelheid die wordt aangegeven door het snelheidssymbool van de band onder de gebruiksomstandigheden zoals aangegeven door de bandenfabrikant.
UW VEILIGHEID OP DE WEG
Leef de verkeersregels na, wees altijd voorzichtig en behandel andere weggebruikers met respect. Hierna volgen enkele tips voor de rijveiligheid. Zij kunnen u uitgaven voor werkuren, banden en brandstof besparen. Liefhebbers van sportief rijplezier dienen zich één regel voor ogen te houden: de weg is geen racecircuit. Hierna volgen enkele nuttige tips voor de verkeersveiligheid.
Eén van de grootste risico's bij het rijden op nat wegdek is aquaplaning: hoe kunt u best reageren op dit verschijnsel?
Bij aquaplaning "drijft" de band op het water en verliest hij onmiddellijk zijn grip.
Deze gevaarlijke situatie doet zich meestal voor tijdens het rijden tegen hoge snelheid op zeer natte stroken of in grote plassen die ontstaan zijn als gevolg van een slechte waterafvoer.
De loopvlakgroeven kunnen al het water onder de band niet meer afvoeren, zodat u plotseling het gevoel hebt dat de auto "drijft".
Met een voorzichtige rijstijl en banden die niet versleten zijn en de correcte spanning hebben, kan het gevaar meestal vermeden worden, aangezien het loopvlak ontworpen is om de grootst mogelijke hoeveelheid water af te voeren en zo de grip te optimaliseren.
Nu duidelijk is wat "aquaplaning" is, volgen hierna enkele raadgevingen over wat u in deze situatie moet doen. Remmen is zinloos, aangezien de auto drijft.
Bovendien riskeert u dat, zodra de banden opnieuw grip krijgen, de auto plotseling gaat uitwijken waardoor u volledig de controle verliest. Het beste wat u kunt doen, is het stuurwiel stevig vasthouden om u voor te bereiden op het gripherstel. Probeer over de volledige duur van het verschijnsel de correcte stuurrichting aan te houden en neem de voet geleidelijk van het gaspedaal, aangezien het motortoerental snel stijgt zodra de auto gaat drijven.
Een eerste tip: zonder kettingen of winterbanden komt u nergens. De auto heeft geen tractie en is onbestuurbaar tijdens het remmen.
Volg nauwlettend de verkeersregels en wees verdraagzaam tegenover bestuurders in moeilijkheden, die langzamer rijden dan u.
Vergroot de afstand tussen uw auto en het voertuig vóór u.
Om te vermijden dat u op een helling wegschuift, kunt u een hogere versnelling inschakelen dan u normaal, op droge weg, zou doen.
Vermijd snel accelereren, plotselinge stuurbewegingen of remmanoeuvres om tractieverlies op sneeuw of ijs te voorkomen.
Om prestaties en veiligheid te optimaliseren, is het essentieel dat uw vier banden identiek zijn. Gebruik altijd vier winterbanden van hetzelfde merk en met dezelfde constructiekenmerken.
Monteer op dezelfde as altijd banden van dezelfde maat, en met dezelfde gebruikskenmerken, loopvlakprofielen en slijtage. Spijkerbanden, voor zover toegestaan, moeten op de vier wielen worden gemonteerd. Raadpleeg de handleiding van de auto voor de correcte belastingscapaciteit en snelheidscategorie van de te gebruiken banden.
De bandenspanning moet regelmatig gecontroleerd worden. Doe dit wanneer de banden koud zijn. Corrigeer indien nodig de spanning, eveneens wanneer de banden koud zijn. Houdt u aan de spanningswaarden aanbevolen door de autoconstructeur. Merk op dat de druk verandert naargelang van de buitentemperatuur: een druk van 2,0 bar, gemeten bij +20°C, daalt tot 1,74 bar bij -5°C en tot 1,59 bar bij -20°C (verschil van 20%).
Houd rekening met de maximumsnelheid aangegeven door het snelheidssymbool op de flank van de band. Eventueel mag u banden monteren met een lagere snelheidsindex, maar dan dient u de snelheid aan te passen. De Europese verordeningen bepalen dat in dat geval de snelheidsvermindering moet worden aangegeven op een zelfklevend etiket in de auto (op de voorruit of op het dashboard, zodat het altijd zichtbaar is voor de bestuurder).
De prestaties van winterbanden blijven goed tot een profieldiepte van 4 mm. Onder die waarde zijn de banden niet meer geschikt in de winter, maar kunnen ze nog als zomerbanden worden gebruikt tot de wettelijke minimale profieldiepte - 1,6 mm - is bereikt.
Wanneer winterbanden niet in gebruik zijn, moeten ze opgeborgen worden, bij voorkeur gemonteerd op een velg en opgepompt, en moet hun druk regelmatig gecontroleerd worden. Als ze zonder velg worden opgeborgen, moeten ze op hun zij gestapeld worden. Per stapel mogen dat er maximaal 4 zijn, zodat ze niet vervormd worden door het gewicht.
Roteer winterbanden in de juiste richting om de 10.000/12.000 km.
Dankzij de "Green Performance"-technologie kunt u het brandstofverbruik en de impact van uw auto op het milieu beperken. Maar veel is afhankelijk van uw rijgewoonten. Hierna volgen enkele praktische tips over hoe u het maximum kunt halen uit de besparingsmogelijkheden die de "Green Performance"-producten van Pirelli u bieden.
Iedereen weet het … in een bocht rem je niet. En toch … let maar eens op de auto's vóór u. Bijna alle bestuurders snijden al remmend een bocht aan, om het pedaal pas los te laten wanneer ze het midden van de bocht bereikt hebben. En iedereen waant zich een perfecte chauffeur, want "in een bocht rem je niet".
Jammer dat het rempedaal ingedrukt was tijdens de volledige fase waarin het traject door de bocht wordt bepaald.
Driving this way subjects the tyres – above all the front ones – to a double exertion: maintaining the trajectory set and – in addition – resisting the force of the braking system.
Door die manier van rijden worden de banden – vooral de voorste – twee keer op de proef gesteld: een eerste keer om op het gekozen traject te blijven en een tweede keer onder invloed van de kracht van de remmen.
Dat alles in een samenspel van krachten dat ook de stabiliteit van de auto (en dus de wegligging) in gevaar kan brengen. Daarom is het essentieel vroeger te remmen, tijdig te vertragen en - bovenal – zo veel mogelijk met de wielen in de rechtuitstand te remmen. Zo beschikt uw auto vóór het insturen over de best mogelijke grip op de weg.
Veilig en succesvol offroad rijden vergt een combinatie van kennis en vaardigheid. Het is essentieel dat u specifieke technieken voor verschillende situaties begrijpt en dat u inzicht hebt in de mogelijkheden en beperkingen van uw voertuig. Maar uiteindelijk zijn de banden van uw auto de beslissende factor.
Banden kunnen vaak het verschil maken tussen een hachelijke situatie de baas kunnen en vastrijden. De volgende informatie helpt u de maximale prestaties te halen uit uw Pirelli-banden. Als u twijfelt, verken dan altijd het traject te voet. Vertrek langzaam in modder of in andere moeilijke omstandigheden, en vermijd dat de wielen doordraaien. Bij wielspin gaat de auto slippen en komt het loopvlak van de banden vol te zitten met modder.
Bouw bij het naderen van een zachte modderstrook snelheid op in low range, 2e of 3e versnelling. Probeer krachtige acceleraties te vermijden zodat de wielen niet doordraaien. Rijd te snel en u riskeert te stuiteren en de controle te verliezen. Met een te lage snelheid dreigt u dan weer stil te komen staan.
Rijden in zware modder is vooral moeilijk wanneer er voren en asdiepe putten zijn.
Rijd schrijlings over sporen die te diep zijn om erin te rijden – zo sleept u de differentiëlen niet door het slijk, waardoor de wagen vaart zou verliezen en waarschijnlijk zou vastrijden. Probeer altijd een constante snelheid aan te houden.
Speel tijdens het rijden in sporen met het gaspedaal en beweeg het stuurwiel snel links- en rechtsom – zo krijgen de blokken op de schouders van de banden grip en kunnen ze zich in de zijwanden van de sporen vastgrijpen.
Probeer nooit uit de sporen te sturen. Laat het stuurwiel zelf zijn weg vinden.
Controleer waar mogelijk de wielkasten om na te gaan of ze niet vol modder zitten. Die modder kan de banden namelijk verhinderen om het slijk uit hun profiel te verwijderen.
In de meeste offroad-situaties mag u de gewone bandenspanning voor de weg behouden. In extreme omstandigheden is het echter toegestaan de spanning te verlagen om de contactoppervlakte van de banden te vergroten en hun drijfvermogen te verhogen.
Opm.: Rijd nooit met een bandenspanning lager dan 1,1 bar. Blaas de banden zo snel mogelijk opnieuw op. Begeef u langzaam naar de plaats waar u de banden zult opblazen. Rijd in geen geval sneller dan 80 km/u.
Bij lichte sneeuw breken de banden door de korst en grijpen ze zich vast in het oppervlak eronder.
Gebruik de high range en jaag de motor niet in de toeren. Schakel over op low range en geef zeer licht gas. Zo bijten de banden zich gemakkelijker vast en krijgen ze een betere grip in plaats van door te draaien.
In zeer moeilijke omstandigheden kunnen kettingen nodig zijn.
In de meeste offroad-situaties mag u de gewone bandenspanning voor de weg behouden. In extreme omstandigheden is het echter toegestaan de spanning te verlagen om de contactoppervlakte van de banden te vergroten en hun drijfvermogen te verhogen.
Opm.: Rijd nooit met een bandenspanning lager dan 1,1 bar. Blaas de banden zo snel mogelijk opnieuw op. Begeef u langzaam naar de plaats waar u de banden zult opblazen. Rijd in geen geval sneller dan 80 km/u.
Op rotsen is het raadzaam zo hoog mogelijk te blijven om beschadiging van differentiëlen, transmissie of carterbescherming te voorkomen.
Bij het beklimmen van rotsachtige hellingen is koppel belangrijker dan vermogen. Daarom is de eerste of tweede versnelling in low range aan te raden.
Geef licht gas om te voorkomen dat de wielen doordraaien.
In de meeste offroad-situaties mag u de gewone bandenspanning voor de weg behouden. In extreme omstandigheden is het echter toegestaan de spanning te verlagen om de contactoppervlakte van de banden te vergroten en hun drijfvermogen te verhogen.
Opm.: Rijd nooit met een bandenspanning lager dan 1,1 bar. Blaas de banden zo snel mogelijk opnieuw op. Begeef u langzaam naar de plaats waar u de banden zult opblazen. Rijd in geen geval sneller dan 80 km/u.
Selecteer op los zand vierwielaandrijving in high range – zo houdt u vaart. Wanneer de auto vast komt te zitten, selecteer dan low range.
Mul, los zand vermindert de tractie. U moet ervoor zorgen dat u vaart houdt, dikwijls door plankgas te geven.
In de meeste offroad-situaties mag u de gewone bandenspanning voor de weg behouden. In extreme omstandigheden is het echter toegestaan de spanning te verlagen om de contactoppervlakte van de banden te vergroten en hun drijfvermogen te verhogen.
Opm.: Rijd nooit met een bandenspanning lager dan 1,1 bar. Blaas de banden zo snel mogelijk opnieuw op. Begeef u langzaam naar de plaats waar u de banden zult opblazen. Rijd in geen geval sneller dan 80 km/u.
In water is het belangrijk dat uw elektrisch systeem beschermd wordt. Het is een goed idee siliconenvet aan te brengen op kwetsbare onderdelen. Uw luchtinlaat moet absoluut vrij blijven van water. Water in de motor is fataal en gaat gepaard met dure herstellingen. Vóór u door water gaat waden, is de verkenning van het traject essentieel.
Houd rekening met de volgende elementen:
• De snelheid van de stroming. Snel stromend water betekent dat het water zuiver is en dat er geen slib is. Een trage stroming kan betekenen dat er een dikke laag zacht slib op de bodem ligt.
• Controleer met een spade of iets dergelijks de diepte van het water en de eventuele sliblaag. Controleer ook of kuilen of grote rotsen u niet kunnen hinderen.
• Onderzoek nauwlettend de beide oevers. Denk eraan dat u bij het verlaten van de rivier weinig vaart zult hebben.
• Selecteer de 2e versnelling in low range om het water in te rijden.
Een boeggolf betekent dat het water vóór de auto dieper is maar dat een golfdal wordt gevormd achter de golf, d.w.z. in de motorruimte.
Als u te snel rijdt, zal de boeggolf over de motorkap heen spoelen, zodat u het golfdaleffect in de motorruimte verliest.
Wanneer u uit het water bent, rijd dan altijd nog even met het rempedaal licht ingedrukt tot de remmen weer doeltreffend werken.
Controleer of uw radiator vrij is van modder en bladeren. Uiteraard moet u controleren of de banden niet beschadigd zijn, omdat u zaken die eventuele schade kunnen veroorzaken onder het wateroppervlak, niet hebt kunnen zien.
In de meeste offroad-situaties mag u de gewone bandenspanning voor de weg behouden. In extreme omstandigheden is het echter toegestaan de spanning te verlagen om de contactoppervlakte van de banden te vergroten en hun drijfvermogen te verhogen.
Opm.: Rijd nooit met een bandenspanning lager dan 1,1 bar. Blaas de banden zo snel mogelijk opnieuw op. Begeef u langzaam naar de plaats waar u de banden zult opblazen. Rijd in geen geval sneller dan 80 km/u.
LANGE LEVENSDUUR VAN DE BANDEN
Voor uw veiligheid is het van belang uw banden regelmatig en minstens elke maand te controleren. Controleer op tekenen van beschadiging of ongelijkmatige slijtage aangezien onjuiste bandenspanning, verkeerde uitlijning, onbalans of defecten aan de ophanging de totale prestaties van uw Pirelli-band nadelig kunnen beïnvloeden en uw veiligheid in gevaar kunnen brengen. Vraag altijd uw dichtstbijzijnde Pirelli-bandenverdeler om een controle en hulp. Banden vormen het enige contact tussen uw wagen en de weg: houd ze dus in goede conditie.
Een correct onderhoud van uw banden is van onschatbare waarde. Lucht is helemaal gratis, en een correcte spanning is de sleutel tot een langere levensduur voor uw banden.
Een te lage spanning is de belangrijkste oorzaak van schade aan banden.
Aan een langere levensduur, en bijgevolg goede prestaties over een langere periode, zijn concrete financiële voordelen verbonden. U spaart immers niet alleen de kosten van nieuwe banden uit, maar ook brandstof.
Een correcte bandenspanning verbetert ook de wendbaarheid van de auto en maakt de remafstand korter.
Een maandelijkse controle is voldoende om de banden op de juiste spanning te houden.
Het is een snelle, maar ontzettend belangrijke manier om de gezondheid van uw banden te controleren, en is van belang voor uw veiligheid.

Controleer de spanning wanneer de banden koud zijn. Ga als volgt te werk:
Pirelli hecht veel belang aan prestaties en rijveiligheid. Daarom willen we u enkele handelingen aanraden die u zullen helpen veilig en met een gerust gemoed te rijden.

Het roteren van banden is een eenvoudige en doeltreffende manier om de levensduur van banden te verlengen omdat de slijtage gelijkmatiger verloopt.


PRESTATIES, VEILIGHEID, GEMOEDSRUST
Run-Flat-banden staan voor veiligheid. Zij maken uw wagen bestuurbaarder in noodsituaties en zorgen ervoor dat u veilig verder kunt rijden, zelfs bij snel verlies van bandenspanning.
Met Run-Flattechnologie behoudt u uw mobiliteit bij bandenpech. Dankzij de Pirelli Self-Supporting Run-Flat-banden hoeft u zich zelfs bij gutsende regen niet bezig te houden met het reservewiel. U kunt gedurende een beperkte periode blijven rijden.
Voor maximale veiligheid in een noodsituatie moeten met Run-Flat-banden bepaalde snelheids- en afstandsbeperkingen in acht worden genomen (80 km/u gedurende 80 km). Omwille van die beperkingen dienen automobilisten ingelicht te worden wanneer zich een spanningsverlies heeft voorgedaan. Daarom moet de auto uitgerust zijn met een TPMS (Tyre Pressure Monitoring System) dat veranderingen in de bandenspanning detecteert en meldt.
VEREISTEN VOOR HET GEBRUIK
Run-flatbanden worden ontwikkeld op basis van de specificaties van de wagens waarop ze worden gemonteerd. Daarom mogen Run-Flat-banden ook alleen worden gemonteerd op voertuigen die specifiek zijn ontworpen voor gebruik van Run-Flat-banden.
Run-flatbanden moeten gekoppeld zijn aan een werkende bandenspanningscontrole (TPMS). De montage van banden en de installatie van het TPMS moeten worden uitgevoerd door een gespecialiseerde verdeler.
Pirelli garandeert dat Run-Flat-banden na spanningsverlies tot 80 km ver kunnen rijden tegen een maximale snelheid van 80 km/u. Lees steeds de gebruikershandleiding van de wagen voor specifieke informatie over de veiligheid en werking van de wagen.
Nadat er een waarschuwing voor te lage bandenspanning wordt gegeven, moeten de staat van de overige banden en de bandenspanningscontrole onmiddellijk worden gecontroleerd door een gespecialiseerde verdeler.
Na spanningsverlies moet een band altijd worden vervangen. Hij mag niet worden hersteld, aangezien men niet altijd kan bepalen hoe lang en in welke omstandigheden een band werd gebruikt met te lage spanning.
Beschadigde Run-Flat-banden en Run-Flat-banden waarmee gereden is zonder spanning, moeten onmiddellijk worden vervangen door een andere Run-Flat-band met dezelfde afmetingen en belastingseigenschappen (belastingsindex en snelheidssymbool). Pirelli raadt aan om nooit een band van een ander type of met een andere belastingsindex of ander snelheidssymbool te monteren op dezelfde wagen.
Na spanningsverlies moeten de velgen gecontroleerd worden om zeker te zijn dat ze niet beschadigd zijn. Beschadigde of vervormde velgen moeten altijd worden vervangen alvorens men een nieuwe Run-Flat-band monteert. Pirelli raadt aan om velgen met ‘Extended Hump’ (EH2) te gebruiken. Die beperken het risico dat de hiel van de band bij spanningsverlies loskomt.
Ja, dat kan, hoewel Pirelli sterk aanbeveelt EH2-velgen te gebruiken omdat zij zelfs na volledig drukverlies de bandhiel beter vasthouden. Bij verlies van bandenspanning op H2-velgen behoudt de band zijn Run-Flat-eigenschappen op voorwaarde dat een Pirelli Self-Supporting Run-Flat-band wordt gebruikt in combinatie met een bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) of een drukwaarschuwingssysteem. Een TPMS is absoluut nodig om het spanningsverlies aan de bestuurder te melden.
Gewone banden kunnen op EH2-velgen gemonteerd worden, maar bieden geen Run-Flat-eigenschappen.
Pirelli raadt af Run-Flat-banden en gewone banden te combineren op hetzelfde voertuig, zelfs als steeds dezelfde banden op eenzelfde as gemonteerd worden. Bij bandenpech stellen Run-Flat-banden u in staat naar een bandenbedrijf te rijden, waar u de band kunt laten controleren en indien nodig vervangen door een andere Run-Flat-band. In uitzonderlijke omstandigheden en in noodsituaties kunt u voor een zeer beperkte periode en afstand een gewone band monteren met identieke afmetingen, belastingsindex en snelheidssymbool. Hierbij dient te worden opgemerkt dat gewone banden niet dezelfde Run-Flat-eigenschappen bieden als de andere banden op uw auto, en dat zij dus bij de eerste gelegenheid moeten worden vervangen.
Ja, maar Pirelli beveelt aan bij verlies van bandenspanning niet verder dan 80 km en niet sneller dan 80 km/u te rijden. Pirelli beveelt sterk aan de banden van verschillende merken paarsgewijs per as te monteren en het bandenspanningscontrolesysteem te controleren om na te gaan of de drukinstellingen compatibel zijn.
Run-Flat-banden worden ontwikkeld op basis van de specificaties van de wagens waarop ze worden gemonteerd. Run-Flat-banden mogen dan ook alleen gemonteerd worden op auto's die speciaal ontworpen zijn voor het gebruik van Run-Flat-banden. In geval van twijfel moet u dus de autoconstructeur raadplegen.
Neen. Om veiligheidsredenen raadt Pirelli af Self-Supporting Run-Flat-banden te herstellen. Na spanningsverlies moet een Self-Supporting Run-Flat-band altijd worden vervangen. Hij mag niet worden hersteld, aangezien men niet altijd kan bepalen hoe lang en in welke omstandigheden een band werd gebruikt met te lage spanning.
Ja.
Neen. Na een lekke band mag u slechts 80 km meer rijden tegen een maximumsnelheid van 80 km/u. Daarna moet de band worden vervangen.
Als de beperkte Run-Flat-snelheid van 80 km/u niet wordt overschreden, gaat het weggedrag slechts licht achteruit als gevolg van de verminderde spoorkracht in bochten. Het gedrag bij aquaplaning en de remprestaties blijven vrijwel identiek. Het is raadzaam plotse rijmanoeuvres te vermijden als een band volledig leeggelopen is, vooral wanneer de banden op gewone H2-velgen gemonteerd zijn.
Neen. De maximumafstand die met een lekke band mag worden afgelegd zonder sneller dan 80 km/u te rijden, is door Pirelli bepaald op 80 km/u. Voor voertuigen die standaard met Self-Supporting Run-Flat-banden uitgerust zijn, zijn de aanbevelingen van de constructeur, opgenomen in de gebruikershandleiding, van toepassing.
Er zijn vele bandenspanningscontrolesystemen (TPMS) op de markt. Raadpleeg daarom de autoconstructeur als u specifieke toelichtingen nodig hebt. In wezen zijn er twee types. Indirecte systemen werken volgens het principe dat een verlaging van de bandenspanning het wiel langzamer doet draaien, en waarschuwen de bestuurder wanneer dit zich voordoet. Directe systemen toetsen de bandenspanning rechtstreeks aan voorgeprogrammeerde waarden en geven een waarschuwing wanneer de werkelijke spanning onder deze waarden daalt.
Dat staat aangegeven op de zijkant van de band. Banden die specifiek voor BMW-modellen gehomologeerd zijn, zijn ook voorzien van de letters RSC, die staan voor Run Flat System Component.
Pirelli waarborgt een algemene maximumafstand van 80 km voor alle Self-Supporting Run-Flat-banden. Autoconstructeurs voeren hun eigen tests uit op basis van specifieke voertuigmodellen, rekening houdend met het gewicht en de kenmerken van de voertuigen. In overleg met de bandenfabrikant kunnen zij een langere afstand voorstellen voor een specifieke auto. Voor voertuigen die standaard met Self-Supporting Run-Flat-banden uitgerust zijn, zijn de aanbevelingen van de constructeur, opgenomen in de gebruikershandleiding, van toepassing.

Pirelli lanceert zijn nieuwe “Seal Inside”-technologie, een nieuw concept dat de mobiliteit verbetert en u toelaat veilig verder te rijden wanneer de band wordt doorboord.
Seal Inside (S.I.) is een nieuwe constructietechnologie voor banden waarmee u verder kunt rijden zonder bandenspanning te verliezen, zelfs wanneer de band door een vreemd voorwerp is doorboord, een situatie die bijna 85% vertegenwoordigt van alle gevallen van ongewild drukverlies.*
Alle Pirelli-producten die over deze nieuwe technologie beschikken, krijgen het Seal Inside-logo.
Het logo (in het zwart) is ook aangebracht op de flank van de band.
* Seal Inside is doeltreffend voor het merendeel van de gaatjes, met uitzondering van die waarbij de band niet meer heel blijft.
Binnenin de band, in de zone tegenover het loopvlakprofiel, vult een laag dichtingsmiddel elk gat in het karkas van de band op, ongeacht of het vreemde voorwerp in de band blijft zitten.
Seal Inside grijpt onmiddellijk in, zo snel en doeltreffend dat de bestuurder in de meeste gevallen niet merkt dat de band doorboord werd.
Bij een gat in de band zorgt de dichtingsmastiek ervoor dat de bestuurder verder kan rijden – zonder te moeten stoppen voor een onmiddellijke vervanging van de band – tot de band kan worden vervangen.
De afdichtingskit waarborgt niet een blijvende herstelling van een band. Daarom raadt Pirelli de bestuurders aan regelmatig de banden te controleren op afgedichte gaatjes of op de aanwezigheid van spijkers of schroeven in het loopvlakprofiel. Indien dat het geval is, moet de bestuurder naar een gespecialiseerd bandenbedrijf gaan om het gaatje te laten bekijken en het vreemde voorwerp te laten verwijderen. Het bandenbedrijf moet vervolgens de ernst van de schade inschatten en beslissen of de band al dan niet kan worden hersteld.
Seal Inside-banden kunnen de kans op een lekke band aanzienlijk verminderen, maar zijn in tegenstelling tot Run-Flat-banden niet ontworpen om met een te lage spanning of zonder spanning verder te rijden.
Op het vlak van montage, demontage en balancering zijn er geen verschillen tussen Seal Inside- en gewone banden. Pirelli-banden met Seal Inside-technologie hoeven niet op speciale velgen gemonteerd te worden. Ze zijn geschikt voor dezelfde velgen als gewone banden.
Seal Inside-banden moeten worden opgeslagen in dezelfde omstandigheden als die aanbevolen voor gewone banden.
Voorwaarde vooraf: alleen een gespecialiseerd bandenbedrijf mag een beschadigde band onderzoeken en herstellen. Pirelli kan niet aansprakelijk worden gesteld voor werkzaamheden die uitgevoerd zijn door derden.
Om een band met Seal Inside-technologie te herstellen, moet de laag afdichtingsmiddel in de zone van het gat aan de binnenzijde van de band verwijderd worden tot de ondoorlatende butyllaag wordt bereikt, over een oppervlakte die even groot is als de aan te brengen reparatiepleister; na het verwijderen van het afdichtingsmiddel is de werkwijze dezelfde als voor een gewone tubeless-band.
Aangezien het afdichtingsmiddel in de zone rond het gat wordt verwijderd, verliest de behandelde zone uiteraard de speciale technische kenmerken van Seal Inside.
Binnen een productfamilie is er geen verschil in rijprestaties (rolweerstand, comfort, geluidsniveau, prestaties op droge en natte wegen) tussen een Seal Inside-band en een gewone band. De Seal Inside-technologie vereist geen specifieke velgen of bandenspanningscontrole (TPMS) voor een veilig gebruik op de wagen. Zij kan op elk type van voertuig worden gebruikt naargelang van de bandenmaat.
ONTDEK DE BANDOPSCHRIFTEN
Naast de bandenmaat en de belastingseigenschappen bevat de flank van de band nog diverse andere gegevens. We bekijken er daar enkele van.



In dit voorbeeld ziet u een typische tubeless-radiaalband.

Voor alle asymmetrische producten is het belangrijk de band in de juiste positie op de velg te plaatsen. Asymmetrische loopvlakprofielen zijn namelijk ontwikkeld om optimale prestaties te leveren, en hiertoe zullen de buitenzijde en de binnenzijde van het loopvlak zich op verschillende wijze gedragen.


DOT (Department Of Transport, Amerikaans Ministerie van Verkeer) is een wettelijke aanduiding die in tal van landen verplicht is om banden te mogen verkopen. Een DOT-merkteken betekent dat de banden minimaal voldoen aan de veiligheidsnormen van het Amerikaans Ministerie van Verkeer.
1) Betekent dat de band minimaal voldoet aan de veiligheidsnormen van het Amerikaans Ministerie van Verkeer.
2) Code fabrikant en fabriek (toegewezen door DOT).
3) Code bandenmaat
4) Groep facultatieve symbolen voor de fabrikant (om het merk of andere belangrijke kenmerken van de band aan te geven)
5) Productieperiode

Wanneer een band het ECE-symbool draagt, betekent dit dat hij ECE-gecertificeerd is en dus voldoet aan de ECE-normen voor fysieke afmetingen, merkaanduidingen en uithoudingsvermogen bij hoge snelheid. Deze markering bestaat uit de letter E en een getal dat aangeeft welk land het goedkeuringsformulier heeft uitgegeven, gevolgd door een unieke cijfercombinatie voor elk product.

Wanneer een band het "European Noise Approved" nummer draagt, betekent dit dat hij aan de Richtlijn 2001/43/EG en aan de nieuwe geluidsemissieniveaus voor de Europese landen voldoet.

UTQG is een norm die is gedefinieerd door het Amerikaanse Ministerie van Verkeer voor de beoordeling van de prestaties van banden op het gebied van SLIJTAGE VAN LOOPVLAK, TRACTIE en TEMPERATUURBESTENDIGHEID. De norm is alleen van toepassing op autobanden met een velgdiameter van 13" en groter, maar niet op winterbanden.
LOOPVLAKSLIJTAGE: De beoordeling van de slijtage van het loopvlak is een vergelijkingswaarde op basis van de slijtagegraad onder gecontroleerde omstandigheden op een gecertificeerd testcircuit van de Amerikaanse overheid. Bijvoorbeeld zou een band met de beoordeling 150 een slijtage op het gecertificeerde testcircuit vertonen die anderhalf keer minder is dan bij een band met de waarde 100. De relatieve prestaties van banden zijn echter afhankelijk van de werkelijke gebruiksomstandigheden en kunnen aanzienlijk van de normwaarden afwijken als gevolg van verschillen in rijgedrag, onderhoudsintervallen, wegomstandigheden en klimaat.
TRACTIE: De tractiewaarden, van hoog naar laag, zijn AA, A, B en C. Deze waarden geven het vermogen van de band aan om op een nat wegdek te stoppen op grond van een meting onder gecontroleerde omstandigheden op een gecertificeerd testoppervlak van asfalt en beton. Een band met de waarde C heeft mogelijk een slechte tractie. Opgelet: de tractiewaarde die aan de band is toegekend, is gebaseerd op remtractietests bij rechtuitrijden en hierbij is geen rekening gehouden met acceleratie, dwars op de auto werkende krachten, aquaplaning of tractie bij maximale belasting.
TEMPERATUUR: De temperatuurwaarden zijn A (de hoogste), B en C en hebben betrekking op de weerstand van de band tegen de ontwikkeling van warmte en het vermogen ervan de warmte af te geven. Dit wordt getest onder gecontroleerde omstandigheden op een testwiel in een speciaal laboratorium. Voortdurend hoge temperaturen kunnen degeneratie van het bandenmateriaal en een beperkte levensduur van de band tot gevolg hebben en extreem hoge temperaturen kunnen het plotseling defect raken van de band veroorzaken. De waarde C komt overeen met een niveau waaraan alle banden van personenwagens moeten voldoen op grond van de Federal Motor Safety Standard No. 109 (Amerikaanse veiligheidsnorm). De waarden B en A geven een hoger prestatieniveau aan op basis van het in het laboratorium geteste wiel dan minimaal door de wet vereist. Opgelet: de temperatuurwaarde voor deze band wordt bepaald voor een band die op de juiste spanning is gebracht en niet overbelast is. Factoren zoals te hoge snelheid, te lage bandenspanning of extreme belasting, hetzij afzonderlijk of in combinatie optredend, kunnen warmteontwikkeling en het mogelijk defect raken van de band veroorzaken.

Het TWI is een belangrijke veiligheidsvoorziening waarmee u gemakkelijk kunt controleren hoe diep het loopvlakprofiel nog is. Smalle rubberstrippen worden op 1,6 mm hoogte ten opzichte van de bodem van de profielgroeven ingegoten. Wanneer het loopvlak tot deze strippen is afgesleten, moet de band vervangen worden.

Winterbanden, ook sneeuwbanden, koudweerbanden of thermische banden genoemd, worden aangeduid met de markering M+S (Mud&Snow) op de flanken, in combinatie met een tekening van een berg en een sneeuwvlok. Wettelijk gezien volstaat de M+S-markering om een winterband te identificeren, maar de bandensector heeft de sneeuwvlokmarkering in het leven geroepen om echte winterbanden (M+S en sneeuwvlok) te onderscheiden van alleseizoensbanden (alleen M+S).
Het bandenetiket is een label voor banden van motorvoertuigen. Vanaf november 2012 moeten fabrikanten van banden voor personenwagens, lichte en zware bedrijfsvoertuigen de classificering van het product voor brandstofverbruik, grip op nat wegdek en rolgeluidsniveau aangeven door middel van een sticker of etiket.
Deze informatie moet ook worden opgenomen in het technisch promotiemateriaal. Het bandenetiket gebruikt een classificering van de best (groene categorie "A") naar de slechtst (rode categorie "G" voor Personenwagen en "F" voor bedrijfsvoertuig) presterende band.
Dit initiatief is het resultaat van een voorstel van de Europese Commissie uit 2008 en maakt deel uit van het actieplan voor energie-efficiëntie, dat tot doel heeft de energieprestaties van producten, gebouwen en diensten te verbeteren en het energieverbruik met 20% te verlagen tegen 2020.
(Bron: Europese Commissie)
VOOR AANVULLENDE INFORMATIE, ZIE OOK:
Europese Commissie voor Energie >
WIKIPEDIA >
Net zoals de volledige bandenindustrie juicht Pirelli de invoering van het bandenetiket toe als een goed instrument om de eindgebruikers essentiële informatie voor de bandenkeuze te verstrekken. Het bandenetiket kan echter de uitgebreide informatie van de tests, uitgevoerd door gespecialiseerde tijdschriften, niet vervangen. Het gaat om betrouwbare en onafhankelijke beoordelingen van de bandprestaties. Pirelli wenst alle eindgebruikers eraan te herinneren dat de algemene waarde van de band niet alleen bepaald wordt door de rolweerstand, de remprestaties op nat wegdek en het rolgeluidsniveau. Diverse aanvullende elementen (wendbaarheid op natte en droge weg, aquaplaning, gedrag bij hoge snelheid, remprestaties op droge wegen, slijtage, prestaties in de sneeuw voor winterbanden, …) moeten in aanmerking worden genomen bij de keuze van het product dat het best aan uw behoeften beantwoordt.
EU-verordening 1222/2009 inzake de etikettering van banden biedt genormaliseerde informatie over drie prestatie-eigenschappen:
De Verordening bepaalt dat alle banden geproduceerd na juni 2012 en te koop in de EU na november 2012, duidelijk zichtbaar voor de eindgebruiker, een sticker moeten dragen of dat dicht in de buurt een etiket moet worden aangebracht(*).
Bedoeling is dat het etiket de eindgebruiker essentiële informatie geeft die hem kan helpen bij de keuze van nieuwe banden.
(*) Deze informatie moet worden opgegeven voor de banden van personenwagens, lichte bedrijfsvoertuigen en zware bedrijfsvoertuigen.
De rolweerstand is de kracht die in de tegengestelde richting van de rijrichting werkt wanneer de band rolt.
Aangezien banden tot 20% van het totale verbruik van een personenwagen en tot 35% van het verbruik van een bedrijfsvoertuig bepalen, is het belangrijk om een lage rolweerstand te bekomen.
Hoe werkt het: door het gewicht van het voertuig wordt het contactoppervlak van de band vervormd en wordt energie afgegeven in de vorm van warmte. Hoe groter de vervorming, hoe hoger de rolweerstand en dus hoe hoger het verbruik en de CO2-emissies.
Op het etiket van de EU-bandenverordening wordt de rolweerstand uitgedrukt in klassen, gaande van A (beste klasse) tot F voor industriële voertuigen en G voor personenwagens (slechtste klassen).
Het verschil tussen elke klasse komt overeen met een verschil in verbruik van 2,5% tot 4,5% voor een personenwagen en 5% tot 8% voor een bedrijfsvoertuig. Voor een personenwagen komt dat ruw gesproken neer op 0,1 l/100 km.
De grip op nat wegdek is een van de voornaamste veiligheidseigenschappen van een band. Een goede grip op nat wegdek kort de remafstanden in wanneer u in regenachtig weer rijdt.
Er zijn nog andere belangrijke parameters voor de veiligheid maar grip op nat wegdek werd geselecteerd als de meest representatieve situatie om verschillende banden te vergelijken.
Voor een personenwagen komt het verschil tussen twee klassen overeen met een verlenging of inkorting van de remafstand met ongeveer 3 tot 6 meter als geremd wordt bij een beginsnelheid van 80 km/u.
Verkeerslawaai is een belangrijk milieuaspect dat wordt bepaald door verscheidene factoren zoals:
Verkeersintensiteit
Voertuigtype
Rijstijl
Interactie tussen band en wegdek
De waarde die op het etiket wordt opgegeven, is niet wat de bestuurder in het interieur hoort tijdens het rijden maar het externe lawaai, dat bijdraagt tot de geluidspollutie.
Deze wordt uitgedrukt in decibel (dB) en wordt opgesplitst in drie categorieën:
1 zwarte geluidsgolf = 3 dB minder dan de toekomstige, strengere Europese limiet. 2 zwarte geluidsgolven = voldoet reeds aan de toekomstige Europese limiet. 3 zwarte geluidsgolven = voldoet aan de huidige Europese limiet.
Hoe meer zwarte golven er op het etiket staan, hoe meer lawaai de band maakt.
De voorschriften zijn alleen van toepassing op banden voor personenwagens (C1), lichte bedrijfsvoertuigen (C2) en zware bedrijfsvoertuigen (C3)
De volgende categorieën behoren niet tot het toepassingsgebied:
•Coverbanden
•Professionele offroadbanden
•Racebanden
•Spijkerbanden (wel van toepassing op modellen die zonder spijkers geleverd worden)
•Reservebanden voor tijdelijk gebruik
•Banden, ontworpen voor voertuigen die vóór 1 oktober 1990 voor het eerst werden ingeschreven
•Banden uit de snelheidscategorie van minder dan 80 km/u
•Banden met een nominale velgdiameter die niet groter is dan 254 mm of die 635 mm of groter is
RW is de kracht die in de tegengestelde richting van de rijrichting werkt wanneer de band rolt.
Als gevolg van het gewicht van het voertuig vervormt de band in de zone die in contact is met het wegdek.
Die vervorming veroorzaakt interne verliezen. Men kan dit vergelijken met een rubberen bal, die niet meer tot dezelfde hoogte terugstuitert nadat hij in contact is gekomen met de grond.
Die RW kan worden uitgedrukt in de vorm van een zekere kracht (Newton) of als een coëfficiënt (RWC).
De rolweerstandscoëfficiënt is gelijk aan de kracht (N) van de RW gedeeld door de bandbelasting. Het voordeel van de coëfficiënt is dat hij het makkelijker maakt banden te vergelijken die ontworpen zijn om op verschillende wagens te worden gemonteerd.
De motor van het voertuig moet een kracht gebruiken om de RW te compenseren.
Hierbij wordt brandstof verbruikt.
Als vuistregel onthouden we dat een vermindering van de RW met 6% het verbruik van een personenwagen met 1% doet dalen. Talrijke andere factoren dragen bij tot het brandstofverbruik:
aerodynamische eigenschappen, gewicht van het voertuig, motortype, hulpsystemen zoals airconditioning, hellingspercentage van de weg, rijstijl van de bestuurder, bandenspanning, acceleraties of verkeersdrukte.
Er zijn vele bandkenmerken die de RW van een band beïnvloeden. De RW kan worden aangepast door bepaalde van die parameters te wijzigen, maar in sommige gevallen kan dat een ongunstig effect hebben op de grip op nat wegdek.
De ingenieur die de band ontwikkelt, moet de juiste middelen inzetten in de juiste hoeveelheid om het optimale evenwicht tussen RW en grip op nat wegdek te bereiken.
Als de RW-grenzen te sterk verlaagd worden, kan dat de grip op nat wegdek ongunstig beïnvloeden.
De grip op nat wegdek verwijst naar de veiligheidsprestatie van banden:
hij geeft de remcapaciteit van een band op een natte weg aan. Er zijn nog andere parameters die belangrijk zijn voor de veiligheid (bijv. wegligging, koersstabiliteit, vertragingscapaciteit op nat en droog wegdek bij hoge snelheid en gedrag bij aquaplaning), maar de grip op nat wegdek werd uitgekozen als meest representatieve parameter in Europa.
Een limiet is het minimale aanvaardbare prestatieniveau van een band om toegelaten te worden op de Europese markt.
Een klasse geeft het prestatieniveau aan in bepaalde testomstandigheden op het vlak van de rolweerstand, de remprestaties op nat wegdek en het rolgeluid.
De nationale instanties belast met het markttoezicht moeten de conformiteit van de aangegeven classificeringswaarden beoordelen.
De controleprocedures worden beschreven in Bijlage IV van de verordening.
POR-banden zijn speciaal ontworpen om uitstekende gripprestaties te leveren in ongunstige omstandigheden en op het terrein, waardoor ze niet aan de voorgeschreven drempelwaarden en classificeringen kunnen voldoen.
Er zijn plannen om etiketteringseisen voor coverbanden te introduceren. Hierover zal echter pas een beslissing worden genomen nadat de Commissie een effectbeoordeling heeft uitgevoerd. De Commissie zal het resultaat van deze beoordeling uiterlijk in maart 2016 bekendmaken.
De Europese Commissie zal de ontwikkeling aanvatten van een geharmoniseerde brandstofbesparingscalculator die uiteindelijk op de websites van elke fabrikant geplaatst zou kunnen worden om de brandstofbesparingen te berekenen en producten te vergelijken.
Copyright © 2012 Pirelli & C. S.p.A. - Pirelli Tyre S.p.A. Find the best tyres for your: car, motorcycle - v. 1.5.13 IP1

